Beknopte wetgeving overheidsopdrachten

Overheidsopdrachten

De overheidsopdrachten worden geregeld door de wet van 24 december 1993 (B.S. 22 januari 1994), het K.B. van 8 januari en 10 januari 1996 (B.S. 26 januari 1996), het K.B. van 18 juni 1996 (B.S. 25 juni 1996) en 26 september 1996 (B.S. van 18 oktober 1996).
Deze teksten werden gewijzigd door K.B. 17 maart 1999 (B.S. 26 maart 1999), K.B. 25 maart 1999 (B.S. 9 april 1999), K.B. 25 maart 1999 (B.S. 28 april 1999), K.B. 29 april 1999 (B.S. 19 mei 1999) en K.B. 8 februari 2000 (B.S. 15 februari 2000), K.B. 20 juli 2000 (B.S. 30 aug. 2000), K.B. 4 juli 2001 (B.S. 10 juli 2001) en K.B. 22 april 2002 (B.S. 30 april 2002), K.B. 17 december 2002 (B.S. 21 december 2002) en de programmawetten van 8 april 2003 (B.S. 17 april 2003) en van 9 juli 2004 (B.S. 15 juli 2004). De laatste wijziging dateert van het K.B. 20 juli 2005 (B.S. 22 augustus 2005), waarbij enige administratieve vereenvoudiging werd ingevoerd wat betreft het aantal documenten die bij een offerte moeten worden gevoegd.

Toepassingsgebied

Sinds 1 januari 1997 is de reglementeringop de overheidsopdrachten goedgekeurd. Deze loopt voor zes jaar van begin 2008 tot eind 2013, tot en met het jaar na de volgende gemeenteraadsverkiezingen.

Deze reglementering is van toepassing op de overheidsopdrachten in de sectoren drinkwater, energie, vervoer en postdiensten.
De belangrijkste nieuwigheid van deze wet is de uitbreiding van de reglementering tot de sectoren drinkwater, energie, vervoer en postdiensten. Er bestaan nu twee soorten regels, namelijk deze voor de klassieke overheidsopdrachten (zoals gebouwen, wegen, enz.…) en deze voor de zoëven vermelde sectoren. Verder dient men dan nog een onderscheid te maken tussen de regels voor:

- aanbestedende overheden;
- overheidsbedrijven;
- privé-bedrijven, die bepaalde rechten genieten inzake de productie en distributie van drinkwater, energie, vervoer en postdiensten.

De klassieke regels zijn van toepassing op de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de gemeenten alsmede de verenigingen gevormd door een of meerdere van deze besturen (bvb. intercommunales).

De wet is eveneens van toepassing op:

1. de organismen van openbaar nut;
2. de publiekrechtelijke verenigingen;
3. de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
4. de kerkfabrieken en de instellingen die belast zijn met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten;
5. de gewestelijke ontwikkelingsmaatschappijen;
6. de polders en wateringen;
7. de ruilverkavelingscomités;
8. de publiekrechtelijke instellingen;
9. de privaatrechtelijke universiteiten, wanneer het opdrachten betreft die gesubsidieerd worden door de overheid;
10. de verenigingen gevormd door een of meerdere aanbestedende overheden, zoals hierboven opgesomd.

Voor de overheidsbedrijven is de wet van toepassing op de opdrachten, die betrekking hebben op de taken van openbare dienst.

Wanneer de opdrachten te maken hebben met hun zuiver concurrentiële activiteiten, dan is de wet niet van toepassing. Zo behoren bvb. de spoedverzendingen niet meer tot het postmonopolie, maar vallen ze binnen de activiteiten waarvoor een ruime mededinging bestaat.

De wet is hierop niet van toepassing, tenzij de concurrentiële activiteit betrekking zou hebben op de sectoren drinkwater, energie, vervoer en postdiensten. Dan is de wet wel van toepassing, althans van zodra de Europese drempelwaarden worden bereikt.
De sectoriële regels kunnen van toepassing zijn op de aanbestedende overheden, de overheidsbedrijven en bepaalde privéondernemingen, die in deze sectoren werkzaam zijn.
Een aanbestedende overheid kan dus aan twee soorten regels onderworpen zijn, nl. aan de klassieke regels, wanneer het gaat om een klassieke opdracht (bv. sporthal), of aan de sectoriële regels, wanneer zij een activiteit uitoefent in een van de vier beoogde sectoren (bv. drinkwatervoorziening).

Specifiek bestaat de overeenkomst uit drie delen:

  • een basis die elke intekenende gemeente moet uitvoeren en waar een forfaitaire subsidie gerelateerd aan de grootte van de gemeente tegenover staat,
  • een ‘onderscheidingsniveau’ waarin de gemeente de loonsubsidie voor de duurzaamheidsambtenaar kan verdienen door zelf het nodige aantal acties te kiezen en uit te voeren en
  • een projectenmodule waarlangs een gemeente eigen projecten kan voorstellen en waarvoor ze een subsidie van in principe de helft van de kosten krijgt.

De gemeenten krijgen een legislatuurovereenkomst aangeboden en meer keuzemogelijkheden:

  • enerzijdsomdat gemeenten kunnen kiezen met welke acties ze het 'onderscheidingsniveau' met de duurzaamheidsambtenaar wil uitvoeren
  • anderzijdsdoordat eigen ideeën van gemeenten als project kunnen ingediend worden.

'Onderscheidingsniveau':Het onderscheidingsniveau bestaat uit een menu van een zeventigtal acties gequoteerd op punten. Uit dat menu kiezen de gemeenten zelf welke acties ze uitvoert om de benodigde 35 punten te halen. De subsidie kan gebruikt worden om het loon van een duurzaamheidsambtenaar te betalen.
De subsidie is getrapt:
< 12.000 inwoners: 15.000 euro;
12.000-40.000 inwoners: 30.000 euro;
40.000-200.000 inwoners: 60.000 euro;
Gent: 120.000 euro en Antwerpen: 180.000 euro

Eenbelangrijk deel van het budget wordt vrijgemaakt voor projectvoorstellen van gemeenten. Het gaat om ruim 7 miljoen euro per jaar (exclusief MiNa-werkers). Elke gemeente krijgt de kans om projectvoorstellen goedgekeurd te zien. Individuele gemeenten zullen op voorhand weten op welk bedrag voor projecten zij mogen rekenen: het projectenbudget wordt verdeeld in enveloppen per gemeente, waarbij een gelijkaardige verdeelsleutel wordt gebruikt als in de basis.

Rapportering:Een gemeente omschrijft in haar milieujaarprogramma hoe ze het afgelopen jaar de overeenkomst uitvoerde en hoeft er in de regel geen documenten allerhande als bijlage te voegen.

GUNNINGSWIJZEN

De aanbesteding

Bij de aanbesteding wordt de opdracht toegewezen aan de laagst geklasseerde regelmatige inschrijving. Nadat werd onderzocht of de inschrijving conform is en beantwoordt aan alle gestelde eisen, is er slechts één criterium bepalend voor de keuze van de aannemer, nl. het bedrag van zijn inschrijving. De aanbesteding kan openbaar zijn of beperkt.

De offerte-aanvraag

Bij de offerte-aanvraag worden verschillende criteria toegepast om de uiteindelijke aannemer te kiezen. Deze criteria worden voorafgaandelijk in het bestek opgesomd. De inschrijving die het best scoort op de verschillende criteria, verkrijgt de opdracht. Zoals de aanbesteding, kan de offerte-aanvraag openbaar of beperkt worden gehouden. Een bijzondere vorm van offerte-aanvraag is de wedstrijd. In dat geval wordt er geen volledig bestek opgemaakt, doch slechts een programma, waarin de voornaamde eisen van de bouwheer vermeld zijn. De ingezonden projecten worden beoordeeld door een onafhankelijke jury.

De onderhandelingsprocedure

Tenslotte kan het bestuur in een welbepaald aantal gevallen vrij een aantal aannemers uitnodigen om een prijsofferte in te dienen en er onderhandelingen mee aanknopen. In dit geval is het zelfs toegelaten af te dingen. Het bestuur kiest vrij de aannemer, aan wie zij de opdracht wenst toe te vertrouwen. Deze 'vrije' gunningswijze is echter alleen maar toegelaten in de door de wet beoogde gevallen. In een aantal daarvan, moet het bestuur vooraf een oproep tot kandidatuurstelling publiceren.

Concessie van openbare werken

Een concessie van openbare werken is een overeenkomst waarbij de concessiehouder zich verbindt om bepaalde werken uit te voeren, en de aanbestedende overheid hem het recht toekent om daarna - gedurende een bepaalde termijn - de werken uit te baten tegen een bepaalde prijs. Bijvoorbeeld: het bouwen van een tunnel, waarbij de concessiehouder nadien zijn investering kan terug verdienen door het innen van tolgelden.

De concessie van openbare werken moet wel bekend gemaakt worden via de normale bekendmakingsregels, maar is niet onderworpen aan de klassieke gunningsprocedures, zoals hierboven geschetst. Toch moet het bestek de gunningscriteria vermelden, die als basis zullen dienen om de concessie toe te kennen, maar de aanbestedende overheid heeft de mogelijkheid om over de voorwaarden van het contract te onderhandelen (art 131 K.B. 8 januari 1996). Het gaat dus als het ware om een gunningsprocedure, die het midden houdt tussen een offerteaanvraag en een onderhandelingsprocedure.

Promotie-opdrachten

Een promotie-opdracht is een aanneming van werken die zowel betrekking heeft op de financiering als op de uitvoering ervan. De aanbestedende overheid zal na de uitvoering van de werken deze in huur of in erfpacht nemen, al of niet gepaard met een aankoopoptie. De promotie-opdracht wordt gegund via de klassieke gunningsprocedures.

Kwalitatieve selectie

Een belangrijke nieuwigheid is dat het opdrachtgevend bestuur bij een beperkte procedure (aanbesteding of offerteaanvraag) niet meer de absolute vrijheid geniet om een lijst van kandidaten op te stellen. Voor elke beperkte aanbesteding dient thans een oproep tot kandidatuurstelling te worden gepubliceerd. Aan de hand hiervan kan dan een lijst van ondernemingen worden geselecteerd.

Voor gelijkaardige opdrachten met een repetitief karakter kan deze kandidatuurstelling worden vervangen door een jaarlijkse publicatie, waarbij de ondernemingen zich kenbaar kunnen maken om opgenomen te worden op een lijst van gegadigden. Deze lijst is één jaar geldig.

De selectie van de ondernemingen, die een offerte mogen indienen, wordt gemaakt aan de hand van 'selectiecriteria'. Dit is trouwens niet exclusief voor de beperkte procedure. Ook bij een openbare procedure, kan de aanbestedende overheid een selectie van de ondernemingen maken, en dit alvorens zij de eigenlijke offertes onderzoekt. Het onderscheid tussen een openbare en een beperkte procedure vervaagt aldus.

De selectie wordt gedaan aan de hand van financiële-economische en technische eisen, die vooraf in het bestek of in de aankondiging van de opdracht worden vermeld. De aanbestedende overheid kan - althans voor de openbare aanbesteding en de algemene offerteaanvraag - genoegen nemen met de minimumvoorwaarden, zoals die in de erkennings-reglementering worden voorzien. Zij is danniet verplicht om afzonderlijke criteria in het bestek op te nemen. Dit is zeker een goede zaak en verlicht de administratieve verplichtingen voor de bedrijven.

Bekendmakingsvoorschriften

Elke openbare aanbesteding moet vooraf worden bekendgemaakt. Ook de beperkte procedures moeten voorafgegaan worden door een oproep tot kandidatuurstelling. Bouwkroniek is het meest aangewezen middel om van deze berichten kennis te nemen.
Opdrachten van werken, die bepaalde drempelwaarden overschrijden, moeten in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekend gemaakt. Zij moeten ook het voorwerp uitmaken van een enuntiatieve aankondiging, d.w.z. dat elke aanbestedende overheid tenminste éénmaal per jaar, een lijst moet publiceren van de werken, die zij voornemens is uit te voeren.

Termijn voor het indienen van de offertes

Europese opdrachten (vanaf 5.923.000 EUR)

Bij Europese opdrachten, die openbaar worden gegund (aanbesteding of offerte-aanvraag), beschikken de inschrijvers over een termijn van tenminste 52 dagen om hun offerte in te dienen. Deze termijn mag ingekort worden tot 36 dagen, of zelfs tot 22 dagen, op voorwaarde dat de betrokken opdracht reeds werd bekendgemaakt in een enuntiatieve aankondiging. Deze aankondiging moet echter tenminste zoveel inlichtingen bevatten als in de individuele bekendmaking is voorgeschreven.

Om hun kandidatuur in te dienen naar aanleiding van een oproep tot kandidatuurstelling (bij beperkte aanbesteding, beperkte offerteaanvraag of onderhandse opdracht met voorafgaande publiciteit) beschikken de gegadigden over een termijn van tenminste 37 dagen. Deze termijn kan ingekort worden tot 15 dagen in geval van hoogdringendheid.

Na selectie, beschikken de inschrijvers over een termijn van 40 dagen om hun offerte in te dienen. Deze termijn kan ingekort worden tot 26 dagen indien er een enuntiatieve aankondiging heeft plaats gehad. In geval van hoogdringendheid, kan de termijn zelfs verkort worden tot 10 dagen.

Binnenlandse opdrachten

Voor openbare prodecures bedraagt de inschrijvingstermijn tenminste 36 dagen. Deze kan desnoods tot 10 dagen worden ingekort. Voor beperkte procedures beschikken de gegadigden over een termijn van tenminste 15 dagen om hun kandidatuur in te dienen. Eenzelfde termijn geldt voor het indienen van de eigenlijke offerte. Deze termijn kan desgevallend ook worden ingekort tot 10 dagen. De bestekken kunnen aangeschaft worden op de plaats in de aankondiging vermeld, d.i. meestal bij het opdrachtgevend bestuur of bij het studiebureau.

Er bestaat ook een bureau, waar de aannemers de bestekken voor verschillende opdrachtgevende besturen kunnen inzien en aanschaffen: Adres: Kantoor voor inzage en verkoop van bestekken - K.I.V.B., Copernicusgebouw, Wetstraat 51 bus 7, verdieping -1, 1040 Brussel. Tel. 02 790 51 61, fax 02 290 19 64, e-mail: bvk@bfab.fgov.be

Overeenkomsten tussen opdrachtgever en architecten

De architect kan door de opdrachtgever belast worden met verschillende opdrachten, t.w. voorontwerpen, uitvoeringsplans, toezicht, enz. Zo de opdrachtgever de architect belast met het maken van een voorontwerp, dan zal hij de architect moeten vergoeden bij het ontvangen van het voorontwerp, zelfs zo de opdrachtgever geen uitvoering er van laat gebeuren.

Het opstellen van een voorontwerp is niet te vergelijken met een bestek opstellen, daar in het voorontwerp reeds een eerste conceptie van het werk is vervat.